Wat maakt monumentaal schilderwerk anders?
Het centrale principe bij schilderwerk aan beschermde panden is: behoud gaat voor vernieuwen. Dat betekent in de eerste plaats dat schilderwerk alleen wordt uitgevoerd als het technisch noodzakelijk is, niet omdat een nieuwe kleur wenselijk lijkt of de eigenaar toe is aan verandering. Bestaande verflagen worden zo veel mogelijk gespaard, omdat zij onderdeel zijn van de bouwhistorie van het pand. Elke laag vertelt iets over de kleurgeschiedenis en de gebruikers door de eeuwen heen. De materiaalkeuze wijkt af van regulier schilderwerk. Historische ondergronden zoals hout, natuursteen, metselwerk en stucwerk vragen om dampopen verfproducten die het materiaal laten ademen. Moderne synthetische verven sluiten de ondergrond af, waardoor vocht wordt ingesloten en op termijn meer schade ontstaat dan zonder schilderwerk. Afhankelijk van de situatie wordt gewerkt met kalkverf, lijnolieverf of specifieke restauratieverven die aansluiten bij de historische verflaagopbouw. De techniek, van traditioneel kwastwerk op ornamenten tot het zorgvuldig bijwerken van glasroeden en detaillering, wordt afgestemd op de aard van de ondergrond en de historische context.